Berend kijkt nog snel een keer op zijn horloge: 14:58, nog 2 minuten. Hij spreekt zichzelf opbeurend toe: “Ja, je kan het”. Gefluister vanuit de volle vergaderzaal, geschuif van stoelen, met een doffe klik sluit de deur. Een korte knik van het kale gerimpelde hoofd van de directeur is het startsein. Het glas bronwater trilt op het harde matglas van het katheder. De laatste blik op zijn spiekblaadje, het plakt aan zijn warme handen. Terwijl zijn hart in zijn keel klopt en zijn maag zich verkrampt schraapt hij zijn droge keel. Zijn stem klinkt hem bij de eerste woorden onbekend en onzeker in zijn oren. Priemend staart zijn hele team hem aan.